Na een ingrijpende operatie loop je een behoorlijke kans op een complicatie, zoals een longontsteking. Zou dat risico verminderen als mantelzorgers tijdens de ziekenhuisopname actief bij de zorg van hun naaste worden betrokken? Medici van het Amsterdam UMC deden er onderzoek naar.



Stel, je krijgt een operatie om een tumor­ in je slokdarm of alvleesklier te verwijderen. Dat is een ingewikkelde en intensieve ingreep, met een flink risico op complicaties. 30 procent van de patiënten die zo’n grote buikoperatie heeft gehad, ­belandt als gevolg daarvan ongepland opnieuw in het ziekenhuis, blijkt uit onderzoek. Dat is heftig voor hen, maar ook voor hun naasten,­ die in het ziekenhuis meestal hulpeloos aan de ­zijlijn staan. Na het ontslag moeten mantelzorgers vervolgens ineens vol aan de bak, veelal met zorgtaken waar ze niet goed op zijn voorbereid. Van iemand naar de wc helpen tot het toedienen van voeding en ­medicijnen via een sonde, bijvoorbeeld.

Enthousiaste reacties
Dat moet anders en beter, vonden chirurg Els Nieveen van Dijkum en verpleegkundig onderzoekers Anne Eskes en Selma Musters van Amsterdam UMC. Samen bedachten ze in 2017 een programma waarbij een mantelzorger na een operatie minstens vijf dagen bij de patiënt op de verpleegafdeling van het ziekenhuis logeert. Niet alleen voor het gezelschap, maar ook om simpele zorgtaken op zich te nemen.


Taken verdelen
Het mantelzorgprogramma van Amsterdam UMC focust op verschillende activiteiten: patiënten stimuleren om uit bed en in beweging te komen, helpen met wassen, aankleden, tandenpoetsen en eten, en ademhalingsoefeningen doen.

“Die taken klinken misschien basaal, maar voor het herstel zijn ze hartstikke belangrijk”, legt chirurg Els Nieveen van Dijkum uit. “Een van de grootste risico’s na een zware operatie is het ontstaan van longontsteking. Door goed tanden te poetsen, ademhalingsoefeningen te doen en te bewegen, verklein je de kans daarop. Goed eten vermindert dan weer het risico op bijvoorbeeld ondervoeding en verwardheid na een operatie.”

Van mantelzorgers wordt niet verwacht dat ze zomaar weten wat ze moeten doen om bijvoorbeeld hun naaste uit bed te krijgen. Dat kan bovendien best eng zijn als iemand verzwakt is en aan allerlei apparaten ligt. “Vandaar dat de betrokken verpleegkundigen mantelzorgers goed begeleiden”, vertelt Selma Musters.

In aanvulling op de basistaken kunnen mantelzorgers desgewenst ook medische handelingen aangeleerd krijgen. Denk aan het verschonen van een verband en het toedienen van sondevoeding of een injectie. Als die handelingen na ontslag uit het ziekenhuis ook thuis moeten gebeuren, zijn mantelzorgers veel beter voorbereid.

Volwaardig lid zorgteam
Maar het effect gaat verder. “De sfeer is echt anders als een mantelzorger bij een patiënt logeert”, aldus Anne Eskes. “Als je de kamer binnenkomt, voel je meteen de kalmte. Omdat mantelzorgers de hele dag aanwezig zijn, praten ze met patiënten ook over andere dingen dan alleen ziekte. Die afleiding en morele steun is net zo goed belangrijk voor het herstel. Dat geldt ook voor de extra autonomie en vrijheid die een patiënt zo krijgt. Hij hoeft bijvoorbeeld niet te wachten tot een verpleegkundige tijd heeft om met hem te gaan wandelen, maar kan dat met zijn mantelzorger doen als hem dat uitkomt. Bovendien slapen patiënten met mantelzorgers beter.”

Ook belangrijk: twee horen meer dan één. “De mantelzorgers zijn overal bij, ook bij de visites van de artsen”, verduidelijkt Els Nieveen van Dijkum. “Uitgangspunt is dat zij een volwaardig lid zijn van het zorgteam en dat we ze dus overal bij betrekken. Voor ons als medici zijn ze een extra paar ogen. Naasten geven vaak – bewust of onbewust – veel informatie over hoe het met een patiënt gaat. Andersom onthouden ze onze uitleg over bijvoorbeeld medicatie dikwijls beter.”

In het kader van het onderzoek blijven mantel­zorgers in ieder geval vijf dagen logeren. Maar als een opname langer duurt, kan meer in de meeste gevallen ook. Of verschillende mantelzorgers wisselen elkaar af. Het is maar net wat zij en de patiënt zelf willen. “Overigens is er nooit sprake van een verplichting”, benadrukt Selma Musters. “Alle betrokkenen moeten er een goed gevoel over hebben en er 100 procent achterstaan.”

Minder gestrest
Een belangrijke vraag die de onderzoekers zich vooraf hebben gesteld, is of het programma niet te belastend is voor mantelzorgers. Maar die laten weten juist blij te zijn dat ze niet thuis hoeven zitten wachten. Ze zijn minder gestrest omdat ze precies weten wat er speelt. Ook verpleegkundigen blijken de samenwerking met mantelzorgers prettig te vinden. “In het begin zijn die wat meer tijd kwijt aan de begeleiding”, zegt Anne. “Maar dat betaalt zich al snel terug als mantelzorgers bepaalde taken overnemen. Daardoor kunnen verpleegkundigen zich nog meer focussen op medische handelingen.”


Dit kun je als mantelzorger zelf doen
Els Nieveen van Dijkum: “Als hun naaste wordt opgenomen, schakelen veel mantelzorgers terug van de vijfde naar de eerste versnelling. Maar je kunt in het ziekenhuis meer doen dan je denkt.


Probeer gewoontes van thuis, zoals koffiezetten of samen puzzelen, in het ziekenhuis zo veel mogelijk te blijven doen. Maak ook aan de verpleging duidelijk wat voor je naaste wel en niet werkt, bijvoorbeeld als het gaat om eten of bewegen.”


Het hele artikel lezen? 
Klik hier voor een link met Gezondheidsnet